Indianen worden gezien als de eerste bewoners van Amerika. Er worden drie hoofdgroepen onderscheiden:

Noord-Amerika: Dit waren prairie-indianen die op de Great Plains woonden, van de bizon jacht leefden, in tipi’s woonden en nomaden waren. Hiertoe behoorden: de Sioux, Cheyenne en de Absarokee indianen.

Centraal-Amerika: Dit is het gebied van de Azteken en de Maya’s. Deze Indianen waren militaristisch.

Zuid-Amerika: Hier wonen hoofdzakelijk nakomelingen van Indianen en de Spanjaarden. De z.g. Gauch’s.

Geschiedenis

De eerste Indianen zouden langs de droog gevallen Beringstraat van uit Azië naar Amerika zijn gekomen. Maar rond het jaar 1000 v.c. zou Amerika al bezocht zijn door de Vikingen.

Archeologisch onderzoek wijst uit dat de eerste bewoners pompoenen, bonen chilipepers en cassave verbouwden. Rond het jaar 4000 v.chr. vertonen zich de eerste tekenen van een maatschappelijk bestaan door b.v aardewerk, beeldjes en dorpsresten. Ook zijn er uit die tijd grafresten en tekens op een Cascajablok gevonden.

Door de komst van Columbus in 1492 veranderde het landschap en de leefwijze van de Indianen totaal. Christoffel Columbus een, beroemd Spaans ontdekkingsreiziger, maakte naam door de Spaanse vlag te hijsen in Amerika. In het scheepsjournaal van Columbus stond te lezen dat hij in de Nieuwe Wereld beste grond, aardige mensen en goud had aangetroffen.

Binnen korte tijd werden de Amerikaanse continenten bezet door kolonisten uit Europa met alle gevolgen voor de Indianen van dien. De Indianen hadden een eigen idee over het gebruik van de grond waarop zij leefden. Volgens hun principes was de grond van ons allemaal, niemand kon grond kopen, wel tegen betaling in bruikleen krijgen. Daar dachten de kolonialen echter anders over. De grondslag voor grote onenigheid werd toen al gelegd.

Ook brachten de kolonisten vanuit de oude wereld hun besmettelijke ziekten mee en deze hadden een verwoestende uitwerking op de inheemse bevolking. Dit ook weer met veel gevolgen voor de Indianen die daar niet tegen op gewassen waren. Een ware slachting onder de Inheemse bevolking werd aangericht door o.a. de varkens die waren meegebracht door de nieuwkomers uit Europa.

Ook brachten de latere Spaanse troepen paarden in het land, iets dat geheel nieuw was voor de inheemse bevolking. De paarden werden later door de Indianen gebruikt voor de jacht en opstanden tegen de blanken. Grote, bloedige en laffe oorlogen lieten niet lang op zich wachten.

Amerikaans-Indiaanse oorlogen ( 1830-1875 )

Er ontstonden grote conflicten tussen de kolonisten en de inheemse bevolking. Doordat de kolonisten op zoek gingen naar grondstoffen (vooral goud) en zij zeer oneervol omgingen met voor de Indianen heilige plaatsen. Ook voerden zij een imperialistische politiek. Indianen hadden geen medezeggenschap in hun land. waardoor weer nieuwe conflicten ontstonden.

Goede indianengrond in het Oosten werd zonder toestemming van de Indianen geruild voor slechte grond in het Westen. Toen ze niet vertrokken, werden ze verjaagd door de federale troepen en in kampen geplaatst.

De Trail of Tears 1838 herinnert aan de gedwongen verplaatsing van de Ahniyvwiya (Cherokee) ) Indianen dat resulteerde in, naar men schat, ruim 4000 doden.

California Genocide 1846-1873 16.000 doden.

Interne Kolonisatie

De Onafhankelijkheids Verklaring in 1776 was voor de Indianen ook een grote verandering. Grote voorvechters voor de Onafhankelijkheid waren anti-indiaans. De Indianen moesten of opgaan in de nieuwe nationale staten, verdreven worden of uitsterven.

De onderdrukking en uitroeiing van de Indianen is lange tijd een vergeten hoofdstuk in de Amerikaanse geschiedenis geweest, waarin de afgelopen jaren pas dankzij de inzet van veel activisten, verandering is gekomen. Er is momenteel onder de Indianen een actieve politieke beweging die naar zelfbeschikking streeft.