Kernfusie

Kernfusie is het op aarde nabootsen van wat er op de zon gebeurt. De energie van de zon komt voort uit het samensmelten (fusie) van waterstofatomen tot heliumatomen. Bij kernfusie op aarde worden ook waterstofatomen gebruikt om energie op te wekken. De omstandigheden die hiervoor nodig zijn, zijn zeer extreem: een temperatuur van 150 miljoen graden Celsius.

Daarbij mogen de kernen van de waterstofatomen de wand van de kernreactor niet raken. Dat kan alleen door gebruik te maken van bijzonder sterke magneten, waarmee de geladen deeltjes gestuurd kunnen worden. Dit vindt bij voorbeeld ook plaats bij het ‘noorderlicht’, waar geladen deeltjes van de zon door het magnetisch veld van de aarde worden afgebogen.

Bij het kernfusieproces is erg veel energie nodig om de hoge temperaturen te bereiken en om het sterke magneetveld in de reactor op te wekken. Momenteel wordt in Frankrijk in het kader van het project ITER een proeffabriek gebouwd. De planning is dat deze installatie rond 2020 klaar moet zijn. Daarna kunnen de proeven beginnen, of kernfusie op aarde überhaupt commercieel mogelijk is. Het plan is om dit onderzoek binnen 5 jaar af te ronden.

Afhankelijk van het welslagen kan vanaf 2030 worden begonnen met het bouwen van commerciële installaties. Op z’n vroegst in 2050 zou, als alles meezit, de energievoorziening op aarde voor een groot deel kunnen worden verzorgd op basis van kernfusie.

Dit heeft een aantal grote voordelen:

  • er is voldoende grondstof (water) beschikbaar voor 15 miljoen jaar,
  • er is geen uitstoot van CO2 
  • bij kernfusie wordt geen gevaarlijk radioactief afval geproduceerd.